Hoe werkt een platenspeler?
Een platenspeler oogt eenvoudig, maar bestaat uit een paar onderdelen die allemaal invloed hebben op het geluid dat eruit komt. Hieronder een uitleg per onderdeel, zonder dat je meteen iets hoeft aan te schaffen.
De draaitafel en de aandrijving
De draaitafel is de ronddraaiende plaat waar de plaat op ligt, meestal aangedreven op 33 1/3 of 45 toeren per minuut. Er zijn twee gangbare aandrijfsystemen: riemaandrijving, waarbij een rubberen band de motor loskoppelt van de draaitafel, en directe aandrijving, waarbij de motor de draaitafel rechtstreeks aandrijft.
Sterke punten
- Riemaandrijving isoleert trillingen van de motor beter, wat rustiger, ruisvrijer geluid oplevert — de gangbare keuze voor thuisgebruik.
- Directe aandrijving bereikt sneller de juiste snelheid en is stabieler onder mechanische belasting, wat het de standaard maakt bij dj-gebruik.
Om rekening mee te houden
- Een aandrijfriem kan na jaren slijten en moet dan vervangen worden.
- Directe aandrijving kan bij goedkopere modellen meer motortrillingen doorgeven aan de naald.
De toonarm, het element en de naald
De toonarm houdt het element (ook wel cartridge genoemd) vast, met daaraan de naald (stylus) die letterlijk in de groef van de plaat loopt. De trillingen die de naald daarbij oppikt, zet het element om in een elektrisch signaal. Dit signaal is van zichzelf zwak en heeft een specifieke correctie nodig — vandaar dat een platenspeler altijd via een phono-ingang of -voorversterker aangesloten moet worden, niet via een gewone lijningang.
De phono-voorversterker
Platen worden bij het persen bewust anders gemasterd dan het uiteindelijke geluid moet klinken (de zogeheten RIAA-correctie), onder andere om de fysieke groef beperkt te houden. Een phono-voorversterker zet dat signaal weer recht en versterkt het naar een bruikbaar niveau. Sommige platenspelers en versterkers hebben er al één ingebouwd; is dat niet zo, dan heb je een aparte phono-voorversterker nodig — zie dekabels-pagina voor voorbeelden.
Automatisch of handmatig?
Bij een volautomatische platenspeler start en stopt de toonarm zelf; bij een handmatige zet je de naald zelf op en til je 'm er zelf weer af. Automatische modellen zijn laagdrempeliger voor wie net begint, terwijl handmatige modellen vaak eenvoudiger van opbouw zijn en daardoor soms wat minder ruis toevoegen.